top of page

Het ICF: ken jij het al?

Bijgewerkt op: 2 sep. 2022

Zoals beloofd schrijf ik deze keer een stukje over het ICF. Het klinkt als een of andere vreemde codetaal en eigenlijk is het dat ook een beetje. Alleen werkt het voor mij niet bevreemdend, maar juist helpend. Het ICF staat voor 'Internation Classification of Functioning, Disability and Health', of in het Nederlands gezegd: de internationale classificatie van het menselijk functioneren. Een hele boterham en je hebt zoals bij vele dingen 'lovers' en 'haters'. Hoe zit dat bij jou?

Een diagnose is dus één ding, maar als mens ben je niet zomaar die diagnose.

Het ICF heeft als doel om het menselijk functioneren als een geheel in kaart te brengen. Helder en duidelijk én voor iedereen begrijpbaar. Dit gebeurt aan de hand van twee belangrijke onderverdelingen: Het menselijk functioneren op vlak van functies, activiteiten en participatie én de externe en persoonlijke factoren. Het lijkt hierdoor misschien alsof een mens opgedeeld wordt in verschillende stukjes en er alles behalve samenhang gecreëerd wordt, maar niets is minder waar. Kijk maar eens naar de pijlen op bovenstaande afbeelding. Die zorgen juist voor verbinding en samenhang.


Ik hoor je al denken: er zijn ongetwijfeld nog andere modellen op aarde die hetzelfde doen. Dat kan zijn, maar het feit is dat het ICF momenteel internationaal groeit als tool om het functioneren in kaart te brengen. Ook hier in België. Niks handiger dan iets wat iedereen gebruikt en kan begrijpen, toch? Tegelijk is er een belangrijk 'iets' aan het ICF, wat zorgt voor een andere kijk op de mens. Het ICF vertrekt NIET vanuit een stoornisgerichte visie, maar wil WEL komen tot een correcte behandeling of ondersteuning waarmee die mens goed kan functioneren in zijn of haar dagelijks leven. Een diagnose is dus één ding, maar als mens ben je niet zomaar die diagnose. Als je met een bepaald 'label' om het zo negatief te noemen, kan functioneren zoals jij dat wilt op vlak van dagdagelijkse activiteiten, productiviteit en vrije tijd, wie zijn wij dan om te zeggen dat die persoon beperkt is?

Op deze manier wordt er vanuit gegaan dat het concentratieprobleem het gevolg is van teveel prikkels en afleiding in de klas.

Het ICF wordt wel eens gebruikt als 'invuldocument'. Da's eigenlijk niet de bedoeling, want het is een denkkader, een classificatiesysteem en geen standaard invuldocument. Wat voor mij van toepassing is, kan helemaal niet relevant zijn voor een ander persoon. Het kan wel helpend zijn voor beginnende ICF-gebruikers om het ICF 'in te vullen'. Zo creëer je inzicht en helderheid en leer je werken met dit, naar mijn mening, waardevolle iets. Zo krijg je het ICF in je systeem en ga je makkelijker in ICF-taal spreken.


Ik geef graag enkele voorbeelden mee om deze taal makkelijker te begrijpen. Oh ja, niet onbelangrijk: elk van deze voorbeelden is fictief en niet gebaseerd op een bestaande casus. Herken je jezelf hierin of iemand uit je omgeving, dan berust dit louter op toeval. Dat moet even gezegd zijn.


Voorbeeld 1: De meester ziet dat een kind moeilijkheden heeft met aandacht en concentratie. Hij zit voortdurend te dromen, lijkt niet bij de zaak te zijn, reageert niet altijd op zijn naam als hij aangesproken wordt. Dit duurt nu al enkele weken. Als eerste zou je denken, dit kind heeft een concentratieprobleem. We moeten ervoor zorgen dat hij zich beter kan concentreren en zo beter mee kan op school. Een koptelefoon in de klas om prikkels te onderdrukken? Vooraan in de klas laten zitten, weg van het raam om extra afleiding te voorkomen? Op deze manier wordt er vanuit gegaan dat het concentratieprobleem het gevolg is van teveel prikkels en afleiding in de klas. Wel, het ICF focust niet enkel op het kind in de klas, daar waar dit 'probleem' zichtbaar wordt, maar ook op het kind thuis, in zijn vrije tijd, in relatie met mensen uit zijn omgeving,... . Wat blijkt? Papa en mama hebben beslist uit elkaar te gaan, het kind werd hier enkele weken geleden van op de hoogte gebracht en zit alleen nog daarmee in zijn hoofd. De meester wist hier niets van.


Het vermijden van prikkels in de klas zal in dit geval niet snel effect hebben op het concentratieprobleem dat zich stelt. Als je even kijkt naar de tekening van het ICF-CY, is het dromen en niet aandachtig zijn in de les (activiteit/participatie) het gevolg van de thuiscontext van het kind (omgevingsfactoren) en niet van een neurologische concentratiestoornis (anatomische eigenschappen).


Voorbeeld 2: Een meisje in het derde leerjaar zit voortdurend bij haar buurjongen te gluren. Ze kijkt af en schrijft exact hetzelfde op wat de jongen noteert (activiteit). De juf spreekt haar aan op dit gedrag, maar merkt dat ze desondanks toch blijft afkijken. De juf spreekt de ouders vervolgens aan, waarna de ouders met het kind thuis in gesprek gaan. Daar zegt het meisje in tranen tegen haar mama en papa dat ze de opdrachten op het bord niet kan lezen en daarom afkijkt bij de jongen naast haar. Ze durfde dit de juf niet te vertellen.


Het ‘afkijkprobleem’ is dus het gevolg van een visueel probleem (anatomische eigenschappen). Een bril voor het meisje zorgde ervoor dat ze niet meer hoefde af te kijken. Zo zie je maar dat een probleem niet altijd is wat het lijkt. Het ICF helpt om het totaalplaatje in kaart te brengen en samen met kind en omgeving op zoek te gaan naar het werkelijke probleem dat het functioneren moeilijk maakt.


Bovenstaande voorbeelden toon heel mooi de verbindende factor van het ICF aan. Je kan het benoemen als 'niets is wat het lijkt'. Leg alle puzzelstukjes bij elkaar en kijk dan welk domein je kan ondersteunen om het functioneren te optimaliseren. Op maat van kind en context. Toch?

Je kan niet in je eentje kijken naar een kind of context, net zoals een kind niet alleen zijn of haar diagnose is.

Je gaat naar de dokter en krijgt een diagnose of je kind krijgt een 'label' mee naar huis. Hoe jij omgaat met je ziekte, de oplossingsstrategie die jij kiest zal bepalen hoe je verder zal functioneren. Hoe gaat het kind zelf om met het label en hoe het desondanks functioneert, thuis, op school, in de sportclub, bepaalt de impact ervan. In welke context groeit een kind op? Is die eerder ondersteunend of belemmerend? In geval van dat laatste: hoe kunnen wij als hulpverlener dan ondersteunen? Wat zijn de sterktes van het kind én context? Hoe kunnen we die inzetten op domeinen waar het misschien moeilijker loopt? Heel wat vragen die in mijn hoofd omgaan dankzij het werken met het ICF.


Het ICF is een samenverhaal. Je kan niet in je eentje kijken naar een kind of context, net zoals een kind niet alleen zijn of haar diagnose is. Het maakt niet uit welke opleiding je volgde of welk diploma je hebt. Samenwerken als team mét kind en ouders verbreedt het totaalplaatje, zorgt voor meer informatie én net dat creëert een hoopvolle route naar een betere kwaliteit van leven, een functioneren waar kind en context zich goed bij voelen.


Tot zover mijn ICF-praatje. Eender welk model je gebruikt als denkkader, eender op welke manier je aan de slag gaat, een warme oproep om dit samen te doen. Soms is een probleem dat jij ziet niet het probleem van de persoon zelf. Samen is alles leuker, waardevoller én sterker.


Liefs

Nienke


86 weergaven0 opmerkingen

Comments


bottom of page